1 Voornaamste kenmerken van de behandelde problematiek?
Dyspraxie/ apraxie afgeleid van het woord PRAXIS. Praxis is het vermogen handelingen die je nog niet kent te plannen, organiseren en uit te voeren. Normaal kunnen hersenen bepaalde handelingen als je ze een paar keer hebt gedaan zo organiseren dat ze routine worden. Zo moet je bijvoorbeeld niet elke opnieuw leren hoe je je veters moet knopen. Dyspraxie wordt veroorzaakt door een onrijpheid van de hersenen, gevolg hiervan is dat boodschappen niet goed aan het lichaam worden doorgegeven. Het heeft invloed op tenminste 2% van de bevolking, 70% daarvan is mannelijk. Dyspraxie is een onzichtbare handicap.

Bij gezonde kinderen ontwikkelt dit systeem zich in de eerste 5 jaar van hun leven. Bij dyspraxie of apraxie gaat er iets mis in de hersenen.
Mensen met dyspraxie komen vaak onhandig over wanneer ze dingen of handelingen moeten doen die voor ons vanzelfsprekend zijn. Deze handelingen zijn voor mensen met praxisproblemen een echt probleem. Iemand van dyspraxie vertoont niet altijd alle symptomen, vaak slechts een aantal. Sommige problemen kunnen overwonnen worden, andere nemen af maar sommige blijven altijd een probleem.

Verschillende vormen van DYSPRAXIE
Soms is het gehele lichaam erbij betrokken, soms zijn er specifieke onderdelen mis:
- Conceptdyspraxie: het kind begrijpt het concept van de handeling niet (bijvoorbeeld: niet begrijpen waarvoor een schaar of bestek voor dienen). Het kind weet wel hoe het moet maar kan het niet in de praktijk zeggen.
- Uitvoeringsdyspraxie/ontwikkelingsdyspraxie of DCD: organisatie en uitvoeringsproblemen
-Verbale ontwikkelingsdyspraxie is het onvermogen tot het juist aansturen van de spraakspieren (tong,lippen,kaken, gezicht) bij het vormen van spraakklanken en voor het combineren van deze klanken tot lettergrepen en woorden. Met de spieren in het algemeen is niets mis. Met niet aan spraakgerelateerde spieractiviteiten (hoesten, kauwen,slikken) zijn meestal geen problemen.

a.d.h.v.Medical Media BV (http://www.gezondheidsplein.nl/aandoeningen/1294/Dyspraxie-apraxie.html ) (toegang 29 November 2007) 
Goedgekeurd door: B. van den Berg, arts

Mensen met ontwikkelingsdyspraxie hebben:
- moeite met planning
- moelijkheden met organiseren en ordenen
- problemen met de fijne motoriek
- problemen met de grove motoriek
- problemen met het ruimtelijk bewustzijn
- problemen met het bewustzijn van het eigen lichaam
- moeite met gevoelige tastzin
- moeite met concentratie
- aandachtsproblemen
- moeite met spraak en taal
- moeilijkheden met een correcte waarneming
- een slechte oog-handcoördinatie
- soms leerproblemen
- een slordig en vaak onleesbaar handschrift


2 Kenmerken van het probleem.Hoe kan je leerlingen detecteren? Indien nodig, maak een onderscheid voor leerlingen van verschillende leeftijden.

De toekomst
Er wordt gezegd dat kinderen over de problemen heen groeien, maar recent onderzoek toont aan dat dit niet zo is. Velen verbeteren naar mate ze groter groeien, leren strategieën om met hun problemen om te gaan, leren vermijdingstechnieken of specifieke vaardigheden. Bijvoorbeeld het leren fietsen, het wil niet zeggen dat de algemene coördinatie is verbeterd wanneer een kind met dyspraxie leert fietsen. Het kind heeft alleen één vaardigheid geleerd. 



Puberteit
Tegen de tijd dat het kind een tiener wordt, wordt het bewust van zijn/haar handicap. Vaak gaan het zich afzetten en de handicap ontkennen. Thuis is het kind vaak net zo onvolwassen als altijd, maar op school nemen de frustraties vaker toe. Oppervlakkig gezien lijken ze gelukkig, maar ze doen constant moeite om 'normaal' te lijken. Ze hebben hoge verwachtingen van zichzelf en willen niet falen. Ze leggen zichzelf dus een zeer grote druk op. Een kleine minderheid met beperkte moeilijkheden verlangt vriendschap tegen elke prijs. Dit zijn diegenen die zich aansluiten bij straatbendes en kunnen belanden in de kleine criminaliteit. De meerderheid dreigt zich steeds verdere terug te trekken van schoolactiviteiten en worden eenzaam. 



Volwassenen
Bij de meeste volwassenen is nooit een diagnose gesteld. Van hen wordt nog steeds veel geleerd over dyspraxie. Enkelen kunnen autorijden, blijven werken of een gezin opvoeden, maar dat is niet eenvoudig. Ze klagen dat ze in hun familieomgeving verdwalen, hebben moeite met organiseren en hebben moeite om zichzelf goed te verzorgen. Haar borstelen is lastig, veel vrouwen kunnen geen make up opdoen, terwijl voor mannen scheren moeilijk kan zijn. Een gezin opvoeden is moeilijk en een ondersteunende partner is nodig.
Uit: www.home.hetnet.nl/gj martens/dyspraxie.htm

3 Hoe kan een school een leerling met deze problematiek opvangen?
4 Wat kan je als leraar voor deze leerlingen doen?

Accepteren

- Aanvaard dat de leerling een probleem heeft en toon begrip. Laat voelen dat je gelooft in de leerling.
Stimuleren en begeleiding
- Motiveer en leg nadruk op talenten!
- Structureer de leerstof en het leergedrag.
- Gebruik heldere taal en geef duidelijke opdrachten!
- Leer de leerlingen ‘hulp’ te vragen.
Compenseren
- Sta alle hulpmiddelen toe die de ‘zelfredzaamheid’ vergroten, denk aan een laptop, rekenmachine, strategiekaarten, ...
- Leer de leering werken met tekstverwerking en spellingcontrole.
- Geef meer tijd (min. 30%) bij taken en toetsen.
- Bied schema’s en geheugensteuntjes aan
Dispenseren (vrijstellen):
- Geef vrijstelling van bepaalde eisen (bijvoorbeeld geen spellingfouten tellen, afwijkingen tot 3 à 4 mm. bij het tekenen tolereren).
- Laat minder oefeningen maken.
- Geef een vervangingsopdracht bij sportactiviteiten (vooral wanneer sporten voor veel hilariteit bij de andere leerlingen zorgt en de leerling dit niet aan kan)
- Dwing de leerling niet om bijvoorbeeld mee te dansen bij het schoolfeest, maar laat hem aankondigen.
Uit: -www.eurekaonderwijs.be/dysplasie.htm

5 Welke tips zijn zinvol voor leerkrachten in de beeldende kunsten?
- Geef vrijstelling van bepaalde eisen (bijvoorbeeld geen spellingfouten tellen, afwijkingen tot 3 à 4 mm. bij het tekenen tolereren).
- Schetsen of tekenen van figuren is moeilijk, daarom is het misschien aangewezen om bij hun werkjes meer rekening te houden met puntjes zoals: Fantasie, expressie, enthousiasme, medewerking,... dan exactheid, en extreme ordelijkheid.

6 Welke interessante bronnen zijn hierover te vinden?
-www.eurekaonderwijs.be/dysplasie.htm
-www.hetnet.nl/-gjmartens/dysplasie.htm = www.dyspraxie .nl
-www.dyspraxiaconnexion.org.uk/